De Dolfijn

Havisidedolfijn
(Cephalorhynchus heavisidii)

Lengte: Ongeveer 174 cm
Gewicht: Ongeveer 75 kg
Verspreiding: Westkust van Zuid-Afrika en Namibië
Dieet: Jonge Heek (vis), inktvis en octopus
Bedreigd? Onzeker, maar waarschijnlijk niet

03 LS22 Haviside's dolphin 1240px wm

Flipper

Bij het woord ‘dolfijn’ denken de meeste mensen vooral aan de Tuimelaardolfijn; de soort die Flipper speelde, het meest in dolfinaria wordt gehouden en over de hele wereld verspreid voorkomt.
Het zijn mooie dolfijnen, die Tuimelaars, en hoewel ze van een afstand vooral grijs lijken zijn hun aftekeningen van dichtbij heel fijn en gedetailleerd. Natuurlijk maken ze ook geweldige sprongen en salto’s, waar ze hun naam aan te danken hebben.
Vraag je echter naar andere dolfijnensoorten, dan wordt het heel wat moeilijker. Waarschijnlijk zijn er een paar mensen die de Gestreepte, Gevlekte of Gewone dolfijn kennen; misschien komt de Orka ook nog langs, maar daarna wordt het meestal een beetje stil. Van de andere 35 soorten weten heel weinig mensen iets, en met de ‘Havisidedolfijn’ komt al helemaal niemand op de proppen.

en de Haviside dolfijn

En toch is ook de Havisidedolfijn een heel mooie en bijzondere soort. Het meest opvallend zijn de witte vlekken op zijn buik, vier in totaal.
Op de tekening zijn deze goed te zien: de grootste is een soort drietand die begint na de flippers en eindigt op de flanken en de buik. Dan is er nog de diamantvormige vlek op de borst en twee kleine, ronde vlekken in de oksels. Vroeger dachten biologen dat Havisidedolfijnen zwart met wit waren, omdat de dode dolfijnen die ze op de kust vonden donker waren geworden in de zon. Nu we ze ook in levende lijven hebben gezien weten we dat de rest van hun lichaam allerlei aftekeningen heeft in verschillende tinten grijs.
De rug en keel zijn extra donker, en ook rond de ogen en het blaasgat (waardoor ze ademhalen) zit een donkere vlek. Vanuit de ogen lopen er een paar fijne, donkere lijnen naar hun voorhoofd.

Grote sprongen

Hoewel we nu nog steeds erg weinig over Havisidedolfijnen afweten, is in ieder geval bekend dat ze alleen in een heel klein gebied voorkomen en niet zo vaak gezien worden. Slechts in een paar baaien komen wetenschappers ze vaak tegen. Gelukkig worden deze dolfijnen niet veel bejaagd door mensen en komen ze ook maar weinig in de netten van vissers vast te zitten.
Dat de mensen langs de kust aardig zijn voor deze dolfijnen is ook aan hun gedrag te zien: ze zwemmen graag mee met boten om in de boeggolf te spelen en geven net zulke mooie shows weg als de Tuimelaars doen. Als er geen mensen zijn om mee te spelen gaan ze surfen: net als een paar andere soorten zijn ze heel goed in grote golven bijhouden, om er daarna uit te springen en met een luide plons weer het water in te vallen.

En hun naam?

Hoe de Havisidedolfijn zijn naam heeft gekregen is wel bijzonder, en ook een beetje zielig (niet voor de dolfijn zelf hoor!).
Het valt je misschien op dat hij in zijn Nederlands naam ‘hAviside’ wordt genoemd, terwijl er in zijn wetenschappelijke naam ‘hEAvisidii’ staat.
Het zit zo: Kapitein Haviside was de eerste die een dode Havisidedolfijn vanuit Afrika mee terug nam naar Engeland zodat biologen het dier konden onderzoeken en de nieuwe soort konden beschrijven. De biologen daar dachten echter dat meneer Heaviside, ook een kapitein die dieren meenam, hen de dolfijn had gebracht, en gaven de dolfijn de wetenschappelijke naam ‘heavisidii’, wat ‘van Heaviside’ betekent.
De vergissing werd snel ontdekt en hoewel kapitein Haviside er helemaal niet blij mee was, mocht volgens de regels van de taxonomie (naamgeving van levende wezens) de naam niet meer veranderd worden. Dus in het Latijn draagt de Havisidedolfijn de verkeerde naam; het enige wat daar nu nog aan kan worden gedaan is om hem in ieder geval in het Nederlands bij zijn goede naam te noemen.