Ooievaars

Ooievaar
Ciconia ciconia

Hoogtes: 100-115 cm (van snavel tot staartpunt)
Gewichten: 2.3-4.4 kg
Verspreiding: Bepaalde gebieden in Europa en Afrika, met een aparte populatie in Centraal/Zuid-Azië.
Diëten: Extreem diverse carnivoor. Eet zo’n beetje alles van insecten en wormen tot reptielen, amfibieën, en kleine zoogdieren. Werkt soms ook jonge vogels, eieren, vis, kreeftachtigen en schorpioenen weg.
Bedreigd? Nee

 

LS22 White stork v2 1500px wm

Geen stem maar snavelgeklepper

Twee lange poten vinden houvast op een hoop takken, de kop wordt achterover geslagen tot hij ondersteboven op de rug ligt en… ‘klek-kek-kek-kek-kek-kek’ – daar klapperen 2 rode snavels een begroeting. De liefdevolle ontvangst van een paartje ooievaars op het nest is een heel spektakel om te zien en om te horen. Het klepperen gaat rustig nog een tijdje door, lang nadat de kop weer overeind staat, en wordt herhaald bij ruzie, gevaar of opwinding. Naast dat snavelgeklepper zijn het eigenlijk hele stille vogels, die ooievaars. Ze hebben geen stemgeluid om van te spreken; er komt hoogstens een raar gesis uit hun keel als ze boos zijn, maar dat is dan ook alles.

Het gaat weer goed met de ooievaar
‘Ciconia ciconia’ betekent letterlijk ‘Ooievaar ooievaar’, en die wetenschappelijke naam lijkt al net zo vanzelfsprekend als de ooievaar zelf.  Ze struinen rustig door de weilanden op zoek naar eten, staan hoog op hun rommelige nest of zweven moeiteloos door de lucht. Ooievaars in Nederland zijn echter bijzonderder dan je zou denken. Nog maar 23 jaar geleden, in 1991, was de ooievaar in Nederland uitgestorven. De vogelbescherming heeft er toen voor gezorgd dat belangrijke gebieden beschermd werden, nieuwe nestplatformen gebouwd, en vogels uit dierentuinen weer uitgezet in het wild. Inmiddels zijn er ongeveer 700 broedparen in ons land. Ook in andere Europese landen gaat het over het algemeen weer goed met de ooievaars. In Polen zitten de meeste: met meer dan 52000 paartjes broedt een kwart van alle ooievaars daar.

Overwinteren of niet?
De ooievaars blijven echter niet het hele jaar door in Europa. Ze zitten hier alleen in de zomer om te broeden, zodra het koud wordt gaan ze weg. En ver weg ook! Helemaal naar  Afrika. De migratie begint in augustus en september. Ooievaars komen dan samen in enorme groepen van enkele duizenden vogels. Samen vliegen ze naar Afrika om te winteren in de savannes van Kenia en Oeganda helemaal tot aan Zuid-Afrika. Iedereen heeft zo zijn eigen favoriete plek: sommige gaan wat meer naar het westen, mogelijk tot aan Nigeria. Met de wind in de rug, de winterkou op de hielen en maar weinig plekken onderweg om te eten of drinken hebben de ooievaars haast: de hele reis wordt in iets minder dan een maand (29 dagen) afgelegd. Sommige ooievaars vliegen zelfs meer dan 500 kilometer op een dag!
In het voorjaar is het tijd om terug te keren naar het noorden, en de meeste ooievaars zijn weer thuis in maart of april. Deze keer hebben ze echter wind tegen, en de lekker warme vakantie in Afrika opgeven is niet makkelijk. Daarom duurt de terugreis duurt een stuk langer dan de heenreis: gemiddeld zo’n 50 dagen. Dat is waarschijnlijk de reden dat een paar ooievaars in Zuid-Afrika hebben besloten dat het wel goed zit daar. Zij blijven het hele jaar door. Geen reden om naar het koude noorden te trekken als je ook in het zonnetje kan zitten. De meeste Nederlandse ooievaars blijven overigens ook gewoon thuis. Hun ouders hebben nooit gereisd, en nu hoeven zij ook niet meer zo nodig.

Verdwaald op de heenweg
Jonge ooievaars hebben een ingeboren drang om naar het zuiden te vliegen, hoewel ze volwassen ooievaars nodig hebben om hen de precieze weg naar een bepaald wintergebied te wijzen. Als een jonge ooievaar op de heenweg verdwaalt of per ongeluk de verkeerde kant op gaat, is er een grote kans dat hij op onbekend terrein komt. Misschien is het een goede winterlocatie en zal hij voortaan daarheen reizen, misschien valt er niks te halen en gaat de ongelukkige ooievaar dood. Volwassen ooievaars hebben dit probleem niet, zij kennen immers de weg naar hun favoriete winterplek al. Op de terugweg is er voor niemand meer een probleem: de jonge ooievaars weten nu de weg naar huis en zullen daar weer aankomen ongeacht hoe ver ze van de originele route afkomen.
Over routes gesproken: de kortste route van Europa naar Afrika is recht over de Middellandse zee, en je zou dan ook verwachten dat de ooievaars zo vliegen. De zee wordt echter gemeden en iedereen vliegt eromheen, over land. Dit heeft te maken met de manier waarop ooievaars het liefst reizen. Hun vleugels zijn enorm lang en breed, perfect om te zweven op warme lucht. Opwellingen van warme lucht heten thermiekbellen, en die ontstaan alleen boven land. Zouden de ooievaars over zee gaan, dan moeten ze constant met hun vleugels slaan, wat een heleboel energie kost. Over land kunnen de vogels rustig rondzweven, soms voor uren achter elkaar zonder ook maar één keer hun vleugels te hoeven gebruiken.

Verenverschillen
Het is trouwens wel interessant om te zien hoe verschillend de ooievaars op de tekening zijn. Links vliegt een ooievaar met matte, grauwe veren, terwijl de ooievaar rechts stralend schoon is, met een spierwit lichaam en glimmende zwarte vleugels. Het verschil zit hem in de ‘leeftijd’ van het verenkleed. Vogels vervangen hun veren namelijk op gezette tijden, dit heet de rui. De veren van de ooievaar links zijn oud. De witte veren zijn langzamerhand vies geworden, en alleen de delen die door andere veren worden bedekt zijn nog echt wit. De zwarte slagpennen zijn gebleekt door veel zonlicht, en de mooie witte randjes zijn er vanaf gesleten. De veren van de rechtervogel zijn nu nog vers en schoon, maar zullen over een aantal maanden ook versleten zijn. Het zal echter niet vaak voorkomen dat je een ooievaar ziet met een compleet vers verenkleed zoals deze hier. In vergelijking met andere vogels doen ooievaars het heel rustig aan met de rui: het duurt meestal een paar jaar voor alle veren een keer vervangen zijn. Meestal zal je dus een vogel zien met zowel oude als nieuwe veren in de vleugels.