Paradijsvogels

Twaalfdradige paradijshop
(Seleucidis melanoleucus)

Lengte:              33 cm
Gewicht:            170-217 gram
Verspreiding:   Laaglanden op Nieuw-Guinea en Salawati.
Dieet:                  Vooral fruit en geleedpotigen, aangevuld met kikkers en nectar.
Bedreigd?           Waarschijnlijk niet


LS22 Bird of paradise 1500px wmls22Uit het paradijs

Paradijsvogels komen alleen voor op Nieuw-Guinea, een paar omliggende eilanden en het oosten van Australië. Ondanks dit kleine leefgebied zijn er toch 39 soorten, van relatief saaie, kraaiachtige vogels tot de meest briljant uitgedoste dieren die er zijn. Vroeger kende men paradijsvogels alleen van gedroogde huiden die waren meegenomen door ontdekkingsreizigers. De huiden hadden geen vleugels of poten. Deze waren er afgehaald door inboorlingen om de sierlijke pluimen beter uit te laten komen. Hierdoor dachten Europeanen dat de vogels bezoekers uit het paradijs waren: ze hadden geen poten nodig omdat ze nooit de aarde zouden raken en ze werden voortgedragen op hun pluimen in plaats van vleugels. Zelfs honderden jaren later, toen mensen best wisten dat paradijsvogels vleugels en poten hadden net als alle andere vogels, kreeg de Grote paradijsvogel de wetenschappelijke naam Paradisaea apoda – de paradijsvogel zonder poten.

Evolutie, natuurlijke selectie en seksuele selectie

Je weet misschien wel dat evolutie soorten vormt: dieren die het beste aangepast zijn aan de omgeving krijgen de meeste nakomelingen en geven zo hun goede eigenschappen door aan de volgende generatie. Dit is het proces van natuurlijke selectie. Maar hoe kan het dan dat sommige vogels zulke idioot lange, grote of opvallende veren hebben? Die raar uitgedoste dieren hebben alleen maar last van hun verenpak: extra lange staarten zitten in de weg bij het vliegen en eten zoeken, felle kleuren maken ze extra zichtbaar voor roofdieren. Hoe heeft natuurlijke selectie ooit zulke soorten kunnen vormen? Het antwoord ligt in een andere vorm van selectie: seksuele selectie. In plaats van de omgeving en voedselbronnen, zijn vrouwtjes de drijfkracht achter seksuele selectie. Zij kiezen uit welk mannetje ze mooi of aantrekkelijk vinden en paren daar dan mee. Die kuikens krijgen dan de eigenschappen van hun ouders: het mooie uiterlijk van hun vader, en de voorkeur voor zo’n uiterlijk van hun moeder. Mettertijd worden de mannetjes van een soort zo steeds mooier en vreemder uitgedost: voor hen wegen de nadelen van vreemde veren op tegen de voordelen van veel nageslacht. Vrouwtjes blijven echter onopvallend en relatief saai: zij moeten een nest uitbroeden en hebben er dus meer baat bij om goed beschut te zijn.

Dit soort seksuele selectie kan niet zomaar en overal gebeuren.
Zo moet er genoeg voedsel beschikbaar zijn. Als eten schaars is zouden beide ouders hard moeten werken om hun kinderen eten te geven. Uitgebreide dansen uitvoeren en onhandige veren zijn dan alleen maar tijds- en energieverspilling. In de tropen waar de paradijsvogels leven, is genoeg te eten. Kuikens kunnen daardoor alleen door de moeder worden opgevoed. De mannetjes hebben zo tijd voor onderlinge concurrentie.
Ook moet er voedsel over het hele leefgebied verspreid zijn. Als er bepaalde etensplekken zijn kunnen mannetjes die namelijk verdedigen, zodat zij alle vrouwtjes ‘bezitten’ die op die plek komen eten. Dit zou grote, zware mannetjes creëren, en niet bijzonder mooie. Als eten echter overal te vinden is kan een mannetje nooit een plek veroveren, en moet hij dus helemaal zelf een vrouwtje ervan overtuigen dat hij de ware is. Vrouwtjes op hun beurt kiezen mannetjes niet meer omdat ze een gevecht hebben gewonnen, maar simpelweg omdat ze hem mooi vinden. De vrouwtjes zijn trouwens wel verschrikkelijk kieskeurig. Uren per dag, en weken lang kunnen ze naar mannetjes zitten kijken. Ze inspecteren iedere veer, iedere glans, iedere beweging, voordat ze eindelijk een keus maken (wat vaak neerkomt op wegvliegen!).

Veren en kleuren

De paradijsvogels zijn verschrikkelijk kleurrijk. Bijna elke kleur van de regenboog is wel terug te vinden op één van de soorten. Sommige glinsteren en glanzen in blauw en groen, andere hebben gouden pluimen onder hun vleugels en weer andere hebben een flitsend vlinderdasje. Die kleurenpracht is echter niet altijd wat het lijkt. Kleuren in veren kunnen op verschillende manieren ontstaan. De eerste, en simpelste, is pigment. Kleine bolletjes met kleur in de veren geven het een bepaald uiterlijk, en hoe meer pigment hoe donkerder de kleur. Geel, oranje en rood worden gevormd door carotenoïde pigmenten, zwart en bruin door melanine. Op precies dezelfde manier kunnen mensen verschillende kleuren haar en huid hebben.

Blauw is een ander verhaal: blauw pigment is moeilijk te vinden in de natuur, en vaak ook giftig omdat er metalen in zitten. Toch zijn een boel paradijsvogels gedeeltelijk blauw! Deze kleur wordt bij hen veroorzaakt door de structuur van de veer. Zonlicht bevat alle kleuren, maar op een heel klein niveau, microscopisch zelfs, zit de veer zo in elkaar dat alleen blauw licht wordt teruggekaatst. De rest wordt opgenomen door de veer. Op deze manier lijkt de veer blauw voor ons, ook al is hij dat niet echt. Sommige veren zijn echter nog bijzonderder: zij veranderen van kleur afhankelijk van hoe je er naar kijkt. Zo zijn ze groen, zo zijn ze blauw, zo zijn ze paars, en als je er verkeerd naar kijkt zijn ze helemaal zwart! Deze veren zijn iriserend, en iriserende kleuren worden ook door structuur in de veer zelf gemaakt. Net als bij de blauwe veren zitten er in iriserende veren structuren die een bepaalde kleur terugkaatsen. Echter, in plaats van één enkele laag voor één kleur zijn er verschillende lagen die elk een bepaalde kleur in een net iets andere richting terugkaatsen. Zo zie je de verschillende kleuren van verschillende hoeken. Kijk je vanaf de verkeerde hoek dan zie je zwart of bruin, want dat is de werkelijke kleurlaag onder de structuur.

In veel van dit soort veerstructuren zit ook lucht om te helpen met de weerkaatsing van bepaalde kleuren. Dit is heel leuk aan te tonen als je zelf een veer van een (tropische) vogel hebt in het groen of blauw. Als je hem nat maakt, zul je vaak zien dat de kleur verandert. Groen wordt bruin, blauw een raar grijs en lichtblauw kan zelfs roze worden!

De Twaalfdradige paradijshop

De mooie flankveren van de Twaalfdradige paradijshop zijn knalgeel. De twaalf draadjes die zo leuk omhoog steken en hem zijn naam geven komen ook uit de flank – de staart is kort en zit helemaal verstopt. De draadjes zijn zijn showpiece: hij gebruikt ze om het gezicht van het vrouwtje te strelen, wat ze kennelijk erg fijn vindt. Ook de groene glimmers om zijn kraag worden getoond, en de felgroene binnenkant van zijn mond maakt het nog maar eens extra duidelijk als hij wat roept. Er is echter iets bijzonders aan de hand met de gele veren van de Twaalfdradige paradijshop. Omdat ze geel zijn zou je verwachten dat de kleur wordt veroorzaakt door carotenoïde pigmenten. Maar als de paradijshop dood gaat worden zijn veren helemaal wit, en ook in gevangenschap verliest hij vaak zijn kleur. Alleen met een speciaal dieet blijft hij mooi. Wetenschappers hebben nog steeds geen idee hoe dit kan, noch waardoor de gele kleur wél wordt veroorzaakt.

Paradijsvogels in actie
Als je paradijsvogels in actie wil zien (en horen!) kijk dan eens naar deze filmpjes.

– De dans van de Twaalfdradige paradijshop met zijn mooie draadjes
– De Wimpeldrager heeft een toepasselijke naam, want zijn  hoofdveren zijn de vreemdste van alle vogels. Hij maakt ook nog eens een bizar geluid!
– De Prachtgeweervogel heeft een bijzonder mooi glimmende keel, en doet er ook nog eens een fantastische dans bij. Bovendien heeft hij een prachtige stem
– De Lintstaartastrapia heeft misschien wel de langste staart in relatie tot lichaamslengte van alle vogels. Je kan bij deze vogel ook erg goed zien hoe iriserende veren werken, met kleuren die plots verschijnen en verdwijnen
– Goldie’s paradijsvogel is één van de ‘traditionele’ geel-rode paradijsvogels met prachtige flankpluimen. Ze hebben bovendien een geweldig leuke, opgewonden roep
– Hoewel de geweervogels een toepasselijkere naam hebben, zijn het toch echt de Bruine sikkelsnavels die precies als een machinegeweer klinken (geweervogels kunnen ook zo’n geluid maken, hoewel het een stuk zachter is en door hun veren wordt gemaakt in plaats van hun stem). Japanse soldaten die tijdens de tweede wereldoorlog op Nieuw-Guinea kwamen dachten vaak dat ze aangevallen werden, terwijl het eigenlijk de sikkelsnavels waren!